Verdoving en medicatie bij HSD
“Ik moest onder lokale verdoving bij het dichtbranden van bloedvaatjes in mijn neus om minder last te hebben van bloedneuzen. Ik dacht altijd dat het voor iedereen zo pijnlijk was, maar nu begin ik daar toch aan te twijfelen.”
Bindweefsel, het zenuwstelsel en het immuunsysteem hangen bij HSD nauw met elkaar samen, en dat heeft ook gevolgen voor hoe je lichaam reageert op verdoving en medicatie. Veel mensen met HSD merken dat verdoving bij de tandarts minder goed aanslaat, of dat bepaalde medicijnen anders uitpakken dan verwacht. Dit wordt in de reguliere zorg nog niet altijd herkend, terwijl er inmiddels best wat onderzoek naar is gedaan.
Verminderde werking van lokale verdoving
Een van de meest onderzochte en herkenbare klachten bij HSD is dat lokale verdoving, bijvoorbeeld bij de tandarts, bij een huidbiopt of bij het dichtbranden van bloedvaten, minder goed of minder lang werkt dan verwacht. Dit wordt ook wel “local anesthetic resistance” genoemd.
Hakim & Grahame vonden dat 58% van de mensen met gewrichtshypermobiliteit een lokale verdoving als onvoldoende ervoer, tegenover 21% van de deelnemers zonder hypermobiliteit. Recenter onderzoek van Bourne et al. (2026), een gerandomiseerde studie waarbij mensen met EDS en gezonde deelnemers dezelfde dosis lidocaïne kregen toegediend, bevestigde dit objectief: bij mensen met EDS werkte de verdoving korter en minder volledig. Dit bevestigt wat veel mensen al jarenlang op basis van eigen ervaring aangeven.
De precieze oorzaak van deze verminderde werking is nog niet bekend, maar het wordt zowel aan het bindweefsel als aan het zenuwstelsel gekoppeld. Onderzoek naar tandheelkundige verdoving bij EDS (Schubart et al., 2019) vond bovendien verschil tussen soorten verdoving: articaïne, bupivacaïne en mepivacaïne werden vaker als werkzaam ervaren dan lidocaïne, al was zelfs het meest effectieve middel (articaïne) maar bij 30% van de deelnemers met EDS voldoende effectief.
Wat kun je hiermee? Het is de moeite waard om dit vooraf te melden bij je tandarts of arts die een lokale verdoving gaat toedienen, zeker als je eerdere ervaringen hebt waarbij verdoving onvoldoende werkte. Vraag gerust naar een alternatief middel zoals articaïne, of naar een hogere dosis of extra tijd om te laten inwerken.
Algehele narcose en operaties
Bij een operatie onder algehele narcose spelen bij HSD een paar extra aandachtspunten, vooral rondom positionering en de luchtweg. Doordat gewrichten instabieler zijn, met name in de nek en kaak, is voorzichtigheid geboden bij het positioneren van het lichaam tijdens de operatie en bij intubatie (het inbrengen van een beademingsbuisje). Bij mensen met nekklachten of instabiliteit in de bovenste halswervels wordt hier vaak extra op gelet, bijvoorbeeld door voorzichtiger te positioneren of een andere intubatie techniek te gebruiken.
Daarnaast kan een vertraagde maaglediging (zie ook de pagina over spijsvertering) het risico op verslikken tijdens narcose iets verhogen, wat anesthesiologen soms meewegen in hun voorbereiding. De medicijnen die voor algehele narcose zelf worden gebruikt (zoals propofol) werken bij HSD over het algemeen normaal; het is vooral de praktische uitvoering eromheen die aandacht vraagt.
Medicatiegevoeligheid en mestcelactivatie
Zoals eerder beschreven op de pagina over spijsvertering, allergieën en huidklachten, komt mestcelactivatie (MCAS) vaker voor bij mensen met HSD. Dit kan ook invloed hebben op hoe je op medicatie reageert. Bepaalde pijnstillers, zoals NSAID’s (bijvoorbeeld ibuprofen) en opioïden (zoals morfine of codeïne), kunnen bij een deel van de mensen met verhoogde mestcelactivatie een reactie triggeren, zoals huiduitslag, jeuk of een opgeblazen, benauwd gevoel. Dit wordt niet altijd herkend als een reactie op medicatie, omdat het niet altijd op een “klassieke” allergie lijkt.
Niet iedereen met HSD heeft hier last van, en het betekent niet dat deze medicijnen bij voorbaat vermeden moeten worden. Wel is het waardevol om, als je merkt dat je op bepaalde medicatie sterker of anders reageert dan verwacht, dit te melden bij je arts of apotheker, zodat dit in je dossier kan worden vastgelegd voor toekomstige behandelingen.
Wat kan helpen?
- Meld verminderde werking van lokale verdoving vooraf bij je tandarts of arts, ook als dit nog niet eerder is vastgelegd.
- Vraag naar alternatieve verdovingsmiddelen zoals articaïne, of bespreek een hogere dosis of langere inwerktijd.
- Bij een operatie: bespreek gewrichtsinstabiliteit (met name nek en kaak) vooraf met de anesthesioloog, zodat hier bij positionering en intubatie rekening mee kan worden gehouden.
- Houd bij welke medicatie bij jou minder goed werkt of juist een reactie geeft, en deel dit met je zorgverleners.
- Overweeg om deze aandachtspunten op papier mee te nemen naar een eerste afspraak met een nieuwe tandarts, huisarts of anesthesioloog, zeker omdat deze kenmerken van HSD nog niet bij elke zorgverlener bekend zijn.
Bronnen
- Hakim, A.J., Grahame, R., Norris, P., & Hopper, C. (2005) – Local anaesthetic failure in joint hypermobility syndrome – Journal of the Royal Society of Medicine, 98(2), 84-85. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC1079398/
- Bourne, K.M., et al. (2026) – Patients with Ehlers-Danlos Syndrome Experience Reduced Effectiveness of Lidocaine Local Anesthetic: A Randomized Cross-Over Clinical Trial – Regional Anesthesia & Pain Medicine. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC13049915/
- Schubart, J.R., et al. (2019) – Resistance to local anesthesia in people with the Ehlers-Danlos Syndromes presenting for dental surgery. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC6834718/
- The Ehlers-Danlos Society – Mast Cell Disorders in Ehlers-Danlos Syndrome (for Non-experts). https://www.ehlers-danlos.com/2017-eds-classification-non-experts/mast-cell-disorders-ehlers-danlos-syndrome-2/
- The EDS Clinic – Ehlers-Danlos Anesthesia Considerations and Risks. https://www.eds.clinic/articles/anesthesia-risks-for-ehlers-danlos-syndrome-patients