Fysiotherapie

Waar ergotherapie zich vooral richt op het dagelijks handelen, richt fysiotherapie zich op het lichaam zelf: kracht, stabiliteit, houding en beweegpatronen. Bij HSD is dit vaak de eerste vorm van behandeling die wordt ingezet, en uit onderzoek blijkt dat ongeveer twee derde van de patiënten een positief effect ervaart van fysiotherapeutische behandeling.

Wat doet een fysiotherapeut bij HSD?

Een fysiotherapeut kijkt naar de actieve stabiliteit van gewrichten: de mate waarin spieren en de aansturing daarvan kunnen compenseren voor de verminderde passieve stabiliteit van banden en gewrichtskapsels. De meest onderzochte en toegepaste vormen van fysiotherapie bij HSD zijn:

 

  • Spierkrachttraining
  • Balans- en stabiliteitstraining, gericht op verbetering van de propriocepsis (het houdings- en bewegingsgevoel)
  • Houdings- en bewegingsadvies
  • Hydrotherapie (oefenen in water)
  • Ademhalingsoefeningen
  • Soms manuele therapie of neuromusculaire elektrostimulatie

 

Een systematische review naar fysiotherapie bij hEDS liet zien dat met name pijn en propriocepsis verbeterden, ongeacht het type of de duur van de fysiotherapeutische interventie. Ook konden ademhalingsoefeningen de conditie en belastbaarheid verbeteren. Tegelijk is de wetenschappelijke onderbouwing voor de effectiviteit van deze sterk uiteenlopende vormen van fysiotherapie nog beperkt.

Waarom meekijken naar je eigen sport zo belangrijk is.

Een fysiotherapeut die alleen algemene oefeningen meegeeft, mist een belangrijk deel van het plaatje. Helaas is HSD chronisch. We komen er helaas niet van af. Dat betekent dat het stabiel houden en verbeteren van je spierkracht belangrijk is voor de lange termijn. Daarom is het minstens zo belangrijk dat de fysiotherapeut meekijkt naar de sport of beweegvorm die je al doet of zou willen doen. Het is belangrijk dan om samen te bekijken hoe je dit veilig kunt blijven uitvoeren. Dit om klachten te voorkomen in plaats van pas te reageren als ze er al zijn.

Dit betekent concreet dat een fysiotherapeut samen met je kan kijken naar:

 

  • welke bewegingen binnen jouw sport risicovol zijn voor jouw specifieke hypermobiele gewrichten
  • een sportspecifiek stabiliteitsprogramma opbouwt, gericht op de spiergroepen die in die sport het meest worden belast
  • helpen bepalen of, en op welke manier, een sport veilig kan worden voortgezet of moet worden aangepast
  • adviseert over warming-up, afbouw, hersteltijd en signalen om op te letten tijdens het sporten

 

Sport en beweging worden bij hypermobiliteit niet afgeraden, integendeel: gerichte training is juist gewenst, omdat sterkere spieren en pezen de belastbaarheid verhogen. Onvoldoende getrainde spieren rond hypermobiele gewrichten vergroten juist het risico op blessures en (sub-)luxaties. Het doel is dus niet “stoppen met sporten”, maar leren hoe je jouw sport zo uitvoert dat je gewrichten goed ondersteund worden. Zie ook de pagina praktische tips Sporten.

Soorten oefeningen

Binnen fysiotherapie bij HSD wordt vaak gewerkt met een aantal terugkerende oefenvormen. Welke vorm op welk moment passend is, hangt af van je klachten, je belastbaarheid en welke gewrichten het meest instabiel zijn. Een fysiotherapeut stelt dit altijd op maat samen. Hierbij raad ik vanuit mijn eigen ervaring aan om niet alleen te kijken naar de gewrichten die de meeste klachten of instabiliteit geven maar het hele lichaam mee te nemen als je gegeneraliseerde hypermobiliteit hebt. Dit om ook klachten mogelijk te voorkomen.

Stabiliteit- en proprioceptie oefeningen

Oefeningen die het houdings- en bewegingsgevoel trainen, bijvoorbeeld balanceren op een wiebelplank, oefeningen op één been, of bewust een gewricht in een specifieke, beschermde stand leren houden tijdens beweging.

Gesloten-keten oefeningen

Oefeningen waarbij hand of voet vast contact houden met een vlak (zoals een squat) worden vaak als veiliger beschouwd dan open-keten oefeningen, omdat het gewricht hierbij meer ondersteund wordt en er minder ongecontroleerde eindstandige bewegingen ontstaan.

Functionele oefeningen

Oefeningen die aansluiten bij bewegingen uit het dagelijks leven of de eigen sport, zodat de getrainde spier of het getrainde gewricht ook daadwerkelijk wordt ingezet in functionele situaties, in plaats van geïsoleerd te blijven.

Houding- en bewegings patroon-training

Aandacht voor hoe je beweegt: bijvoorbeeld leren een knie of elleboog niet volledig door te strekken (lock) tijdens staan of tillen, om overbelasting van het gewrichtskapsel te beperken.

Ademhalings-oefeningen

Gericht op het verbeteren van inspanningscapaciteit en algehele belastbaarheid; met name relevant bij vermoeidheidsklachten en verminderde conditie.

Hydrotherapie

Oefenen in water, waarbij het lichaamsgewicht deels wordt gedragen door het water. Dit kan helpen om spieren op te bouwen met minder directe belasting op de gewrichten.

Wat te vermijden of waar voorzichtig mee om te gaan

  • Intensieve, passieve rekoefeningen die het gewricht tot in de uiterste stand brengen; deze kunnen instabiliteit eerder vergroten dan verminderen
  • Abrupte of explosieve bewegingen zonder voldoende opbouw
  • Lang aanhouden van eindstandige houdingen (bijvoorbeeld volledig door gestrekte knieën bij staan)
  • Trainen tot voorbij de eigen pijn- of vermoeidheidsgrens; dit verhoogt het risico op een opflakkering van klachten of een crash (zie ook de pagina over vermoeidheid)

 

Hoevaak en hoelang?

Onderzoek naar fysiotherapie programma’s bij hEDS laat zien dat al programma’s van 4 tot 8 weken meetbare verbetering kunnen geven in pijn, propriocepsis en kwaliteit van leven. Dat zegt niet dat klachten daarmee “klaar” zijn: voor de meeste mensen met HSD blijft het van belang om aangeleerde stabiliteit- en bewegingsprincipes blijvend toe te passen, ook na afronding van een fysiotherapie traject.

  • Reychler, G., De Backer, M.M., Piraux, E., Poncin, W., & Caty, G. (2021) – Physical therapy treatment of hypermobile Ehlers-Danlos syndrome: A systematic review – American Journal of Medical Genetics Part A. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/abs/10.1002/ajmg.a.62393
  • Engelbert, R.H.H., Juul-Kristensen, B., Pacey, V., et al. (2017) – The evidence-based rationale for physical therapy treatment of children, adolescents, and adults diagnosed with joint hypermobility syndrome/hypermobile Ehlers-Danlos syndrome – American Journal of Medical Genetics Part C. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/ajmg.c.31545
  • Palmer, S., Davey, I., Oliver, L., Preece, A., Sowerby, L., & House, S. (2021) – The effectiveness of conservative interventions for the management of syndromic hypermobility: a systematic literature review – Clinical Rheumatology. https://doi.org/10.1007/s10067-020-05284-0
  • Luder, G., Aeberli, D., Mebes, C.M., Haupt-Bertschy, B., Baeyens, J.P., & Verra, M.L. (2021) – Effect of resistance training on muscle properties and function in women with generalized joint hypermobility: a single-blind pragmatic randomized controlled trial – BMC Sports Science, Medicine and Rehabilitation. https://doi.org/10.1186/s13102-021-00238-8
  • Janssen Rehabilitation Medicine & Consultancy – Fysiotherapie bij hEDS/HSD (overzicht voor professionals). https://www.janssen-rehabilitation.nl/images/Fysiotherapie%20bij%20hEDS.pdf