Prikkelverwerking & brein

“Soms voel ik me volledig leeg, en wat is zonlicht dan fel en elk geluid hard.”

HSD is een  aandoening van het bindweefsel, maar de gevolgen reiken verder dan gewrichten en spieren. Het zenuwstelsel en de manier waarop het brein signalen verwerkt spelen ook een belangrijke rol. Sommige mensen met HSD ervaren overgevoeligheid voor prikkels van buitenaf en moeite met het herkennen van signalen van binnenuit het lichaam.

Proprioceptie is het gevoel dat je vertelt waar je lichaam zich in de ruimte bevindt, zonder dat je ernaar hoeft te kijken. Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat je de trap op kunt lopen zonder naar je voeten te kijken, of dat je door een deuropening loopt zonder er tegenaan te stoten. 

Bij HSD is de proprioceptie vaak verminderd. Dit komt doordat bindweefsel een belangrijke rol speelt bij het doorgeven van positie signalen aan het brein. Wanneer dit weefsel in bijvoorbeeld de pezen en gewrichtskapsels minder stevig is, komen die signalen minder nauwkeurig aan. Dit kan leiden tot een gevoel van onhandigheid, onzeker bewegen op ongelijke ondergrond en moeite met balans en coördinatie. 

Onderzoek van Eccles et al. (2024) laat zien dat er onzekere proprioceptieve signalen zijn die in verband worden gebracht met een grotere kans op emotionele ontregeling. Dit onderzoek is gedaan binnen een groep met neurodivergentie (bijvoorbeeld met autisme of ADHD) die ook hypermobiel zijn. Het is nog niet onderzocht of ditzelfde verband ook geldt voor mensen met HSD die niet neurodivergent zijn. Wat de onderzoekers wel beschrijven, is dat onzekerheid over lichaamssignalen kan samengaan met:

  • sneller overweldigd raken door prikkels
  • minder goed kunnen filteren in prikkels wat belangrijk is en wat niet
  • sneller stressreacties krijgen
  • moeite om weer tot rust te komen

Overgevoeligheid voor prikkels van buitenaf

Naast de verminderde proprioceptie en interoceptie ervaren sommige mensen met HSD ook overgevoeligheid voor prikkels van buitenaf. Denk aan overgevoeligheid voor geluid, licht, aanraking, geur of temperatuur. Voor mij heb ik hier onder andere last van bij het lopen in een supermarkt. Het felle licht van de TL-buizen, de hoeveelheid kleuren en keuzes waar je onderscheid tussen moet maken om het juiste product te vinden en dan is het vaak ook nog druk met mensen en geluid. 

 

Deze overgevoeligheid voor prikkels kan deels komen doordat het zenuwstelsel bij HSD vaker in een verhoogde staat van alertheid verkeert. Het lichaam is constant bezig met compensatie, voor instabiliteit, pijn en onduidelijke lichaamssignalen, waardoor het zenuwstelsel sneller overbelast raakt.

Een studie van Yıldız et al. (2024) bij peuters van 12 tot 14 maanden vond dat kinderen met gegeneraliseerde hypermobiliteit anders scoorden op een gevalideerde test voor sensorische verwerking (de Test of Sensory Functions in Infants) dan leeftijdsgenootjes zonder hypermobiliteit. Dit is een aanwijzing dat hypermobiliteit en sensorische verwerking kunnen samenhangen. Al is het niet vanzelfsprekend dat dezelfde uitkomst geldt voor volwassenen met HSD.

Een kanttekening: niet al het onderzoek wijst dezelfde kant op. Een recente studie van Hanzlíková et al. (2025) vond géén significant verband tussen hypermobiliteit en bepaalde maten van lichaamswaarneming (somatognosie en stereognosie), en concludeerde dat deze specifieke vorm van sensorische verwerking waarschijnlijk niet de oorzaak is van veel voorkomende klachten bij hypermobiliteit. Dit laat zien dat het onderzoek naar prikkelverwerking bij HSD nog volop in ontwikkeling is, en dat niet elk type sensorische klacht zich (nog) laat verklaren door onderzoek.

Wanneer wordt een prikkel “te veel”?

Overprikkeling ontstaat soms niet door één enkele prikkel, maar door opeenstapeling van verschillende prikkels over tijd. Geluid, licht, sociale interactie, fysieke inspanning en emotionele belasting kunnen samen bijdragen aan een hogere totale belasting.

Ook kunnen prikkels vanuit het lichaam voor deze opstapeling zorgen. Bij HSD kan deze belasting worden opgebouwd uit meerdere factoren tegelijk, zoals:

  • voortdurende compensatie voor gewrichtsinstabiliteit en pijn
  • verhoogde fysieke inspanning bij dagelijkse bewegingen
  • mogelijke verschillen in verwerking van lichaams- en prikkelsignalen
  • vermoeidheid die laat wordt herkend of moeilijk te interpreteren is
 

De optelsom van deze belasting van prikkels wordt ook wel Allostatic load genoemd. Wanneer iemand al vermoeid is of veel energie nodig heeft voor lichamelijke compensatie, is er vaak minder capaciteit om nieuwe prikkels te verwerken. Daardoor kan dezelfde situatie op de ene dag goed te doen zijn, terwijl die op een andere dag juist snel te veel wordt.