Naast de kleine zenuwvezel-afwijkingen die hierboven beschreven staan, kan bij HSD ook een heel ander mechanisme meespelen: een zenuw die letterlijk bekneld raakt. Dit gebeurt wanneer een zenuw onder druk komt te staan door bijvoorbeeld een instabiel gewricht, een verschoven gewrichtje, of een gespannen spier die probeert de instabiliteit te compenseren. Het bekendste voorbeeld is het carpaaltunnelsyndroom, waarbij een zenuw in de pols bekneld raakt, met tintelingen, doofheid of pijn in de hand als gevolg.
Onderzoek van Wachs & Papendorp (2026), op basis van bijna 2600 mensen met hEDS uit een internationaal register, laat zien dat 24% van de deelnemers het carpaaltunnelsyndroom had, en 16% perifere neuropathie (zenuwschade, vaak merkbaar in armen of benen). Dat zijn geen kleine aantallen, terwijl zenuwbeknelling bij HSD niet vaak besproken wordt.Het verschil met de kleine zenuwvezel-afwijkingen hierboven is dus vooral het mechanisme: daar gaat het om zenuwen die op celniveau anders functioneren, hier gaat het om een zenuw die fysiek klem komt te zitten door instabiliteit. Beide kunnen wel door elkaar heen voorkomen en soortgelijke klachten geven, wat het soms lastig maakt om te onderscheiden wat er precies aan de hand is.
Instabiliteit in vingers en handen kan leiden tot moeite met schrijven, sneller vermoeide of pijnlijke handen en problemen met knoopjes, ritsen of kleine voorwerpen. Dit komt doordat kleine handgewrichten veel nauwkeurige stabilisatie vereisen en er weinig spieren om de gewrichten heen zitten. Met name het duimgewricht (het CMC- of duimbasisgewricht) is hier gevoelig voor.
Onderzoek van Gamble et al. (1989) bij mensen met EDS vond bij twee derde van de deelnemers instabiliteit (subluxatie) van dit gewricht, en mat daarnaast een duidelijk verminderde kracht bij het knijpen en vastpakken met de vingertoppen, ondanks dat de bewegingsuitslag van de vingers juist groter was dan gemiddeld. Dat verklaart een herkenbaar patroon: het is vaak niet de algehele knijpkracht die het probleem is, maar juist de kleine, nauwkeurige grip, zoals bij het vastpakken van een sleutel of het dichtdoen van een knoopje, waarbij het gewricht onvoldoende stabiliteit heeft om de kracht goed over te brengen.Deze klachten ervaar ik helaas ook. Gelukkig zijn er wel manieren om verlichting te krijgen en je dagelijkse activiteiten makkelijker te maken: zie de pagina over handtherapie en spalken voor meer informatie hierover.
In de voet zitten veel kleine gewrichten, die net als elders in het lichaam afhankelijk zijn van bindweefsel voor hun stabiliteit. Wanneer dit bindweefsel rekbaarder is, kan de voet sneller doorzakken (overpronatie), bijvoorbeeld doordat de voetboog minder steun krijgt. Dit verandert het looppatroon en vergroot de kans op:
- Vermoeide of pijnlijke voeten, benen of onderrug, doordat spieren extra moeten compenseren voor het gebrek aan stabiliteit
- Vaker verzwikken van de enkel
- Overmatige eeltvorming of drukplekken, door een afwijkende belasting van de voet