Hormonen en klachten bij vrouwen met HSD
“De ene week ging het redelijk, en de week erna voelde alles instabieler, pijnlijker en vermoeiender zonder duidelijke reden.”
Vrouwen met HSD kunnen schommelingen ervaren in klachten in de loop van de maand of tijdens verschillende levensfasen. Hormonen kunnen hierbij een rol spelen.
Hormonen zoals oestrogeen en progesteron beïnvloeden niet alleen de menstruatiecyclus, maar ook bindweefsel, spieren en het zenuwstelsel. Hormonale veranderingen kunnen daardoor effect hebben op pijn, stabiliteit, vermoeidheid en prikkelverwerking. Het onderzoek hiernaar staat nog in de kinderschoenen en is op punten tegenstrijdig, het patroon kan per persoon verschillen.
De menstruatiecyclus en klachten
Tijdens de menstruatiecyclus veranderen hormoonspiegels voortdurend. Belangrijke hormonen, oestrogeen en progesteron, kunnen bindweefsel beïnvloeden.
Onderzoek van Mayo Clinic (Smith, 2024) wijst erop dat vooral progesteron, dat oploopt in week voor de menstruatie (de luteale fase), pezen en banden flexibeler kan maken. Bij HSD, waar het bindweefsel al minder stevig is, kan dit bijdragen aan meer gewrichtsinstabiliteit, pijn en vermoeidheid in de dagen voor en tijdens de menstruatie. Voor veel vrouwen vermindert deze verergering binnen enkele dagen na het begin van de menstruatie, wanneer progesteron weer daalt, wat samenvalt met het gevoel van meer stabiliteit en energie in de week erna.
Tegelijk laat een studie van Shagawa et al. (2021) zien dat ook rond de eisprong, wanneer oestrogeen relatief hoog is, verhoogde gewrichtslaxiteit kan optreden. Het is dus mogelijk dat er meerdere hormonale invloeden tegelijk spelen, die bij verschillende mensen verschillend uitpakken.
Naast effecten op bindweefsel kunnen hormonale schommelingen ook samenhangen met:
- meer prikkelgevoeligheid
- emotionele schommelingen
- veranderingen in pijnverwerking
Deze patronen kunnen per persoon en zelfs per cyclus verschillen. Het herkennen van je eigen patroon, bijvoorbeeld door het bijhouden van klachten naast je cyclus, kan helpen om dit beter te begrijpen en er rekening mee te houden bij plannen.
Tijdens de zwangerschap verandert de hormoonhuishouding sterk. Het hormoon relaxine zorgt ervoor dat banden en gewrichten soepeler worden, zodat het lichaam zich kan aanpassen aan de groeiende baby en de bevalling. Bij HSD kan dit extra effect hebben, zoals onder andere toegenomen gewrichtsinstabiliteit, meer bekken- en rugklachten, verminderde energie en huidproblematiek. Tegelijkertijd ervaren sommige vrouwen tijdelijk minder pijnklachten tijdens de zwangerschap, mogelijk door veranderingen in pijnverwerking of hormoonbalans. De ervaring verschilt sterk per persoon, en ook hier is meer onderzoek nodig om dit goed te begrijpen.
Tijdens de overgang dalen de oestrogeenspiegels geleidelijk, met name tijdens de perimenopauze vaak grillig. Dit kan ook invloed hebben op bindweefsel, spieren en gewrichtsstabiliteit.
Sommige vrouwen merken dat hun gewrichten stijver aanvoelen en ervaren een afname van instabiliteit. Klachten zoals vermoeidheid, slaapproblemen en prikkelgevoeligheid kunnen in deze fase ook veranderen. De periode van wisselende hormoonspiegels (perimenopauze) wordt door veel vrouwen als uitdagender ervaren dan de menopauze zelf, wanneer de hormoonspiegels uiteindelijk stabieler worden op een lager niveau.
Er is nog relatief weinig specifiek onderzoek naar hoe de overgang precies samenhangt met HSD klachten, veel kennis hierover komt vooral uit ervaringen van vrouwen zelf.
Hormonen en het zenuwstelsel
Hormonen hebben niet alleen invloed op het lichaam, maar ook op het zenuwstelsel. Ze spelen een rol in pijnverwerking, stressreacties en emotionele regulering.
Bij HSD, waar het zenuwstelsel vaak al gevoeliger kan reageren, kunnen hormonale schommelingen dit mogelijk versterken. Dit kan samenhangen met meer pijngevoeligheid, snellere overprikkeling en wisselingen in energie en stemming. Dit verband is nog wel onvoldoende onderzocht specifiek bij HSD.
Waarom is dit belangrijk om te weten?
Het begrijpen van mogelijke invloed van hormonen kan helpen om patronen in klachten te herkennen. Wat soms willekeurig of onvoorspelbaar voelt, kan voor een deel samenhangen met hormonale veranderingen. Al verschilt dit sterk per persoon en is de wetenschappelijke basis hiervoor nog beperkt.
Dit inzicht kan, voor wie het herkent, helpen bij:
- het plannen van activiteiten
- het beter bewaken van grenzen
- het verminderen van frustratie of onzekerheid over wisselende klachten
- opbouw van spierkracht
Bronnen
- Hugon-Rodin, J., Lebègue, G., Becourt, S., Hamonet, C., & Gompel, A. (2016) – Gynecologic symptoms and the influence on reproductive life in 386 women with hypermobility type Ehlers-Danlos syndrome: a cohort study – Orphanet Journal of Rare Diseases, 11, 124. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC5020453/
- Smith, T. (2022) – Hypermobility, Hormones, and the Menstrual Cycle – Mayo Clinic Connect (blog). https://connect.mayoclinic.org/blog/ehlers-danlos-syndrome/newsfeed-post/hypermobility-hormones-and-the-menstrual-cycle/
- Pezaro, S., Pearce, G., & Reinhold, E. (2021) – A clinical update on hypermobile Ehlers-Danlos syndrome during pregnancy, birth and beyond – British Journal of Midwifery, 29(9), 492-500. https://doi.org/10.12968/bjom.2021.29.9.492
- Shagawa, M., Maruyama, S., Sekine, C., Yokota, H., Hirabayashi, R., Hirata, A., Yokoyama, M., & Edama, M. (2021) – Comparison of anterior knee laxity, stiffness, genu recurvatum, and general joint laxity in the late follicular phase and the ovulatory phase of the menstrual cycle – BMC Musculoskeletal Disorders, 22(1), 886. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34663291/
- Castori, M., Camerota, F., Celletti, C., Grammatico, P., & Padua, L. (2010) – Ehlers-Danlos syndrome hypermobility type and the excess of affected females: Possible mechanisms and perspectives – American Journal of Medical Genetics Part A, 152A(9), 2406-2408. https://www.researchgate.net/publication/45495345_Ehlers-Danlos_syndrome_hypermobility_type_and_the_excess_of_affected_females_Possible_mechanisms_and_perspectives
- Hakim, A.J., & Grahame, R. (2004) – Non-musculoskeletal symptoms in joint hypermobility syndrome. Indirect evidence for autonomic dysfunction? – Rheumatology (Oxford), 43(9), 1194-1195. https://www.researchgate.net/publication/8393579_Non-musculoskeletal_symtoms_in_joint_hypermobility_syndrome_Indirect_evidence_for_autonomic_dysfunction
- Rombaut, L., Malfait, F., Cools, A., De Paepe, A., & Calders, P. (2010) – Musculoskeletal complaints, physical activity and health-related quality of life among patients with the Ehlers-Danlos syndrome hypermobility type – Disability and Rehabilitation, 32(16), 1339-1345. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20156051/
- Carley, M.E., & Schaffer, J. (2000) – Urinary incontinence and pelvic organ prolapse in women with Marfan or Ehlers-Danlos syndrome – American Journal of Obstetrics and Gynecology, 182(5), 1021-1023. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10819815/
- De Wandele, I., Rombaut, L., Leybaert, L., Van de Borne, P., De Backer, T., Malfait, F., De Paepe, A., & Calders, P. (2014) – Dysautonomia and its underlying mechanisms in the hypermobility type of Ehlers-Danlos syndrome – Seminars in Arthritis and Rheumatism, 44(1), 93-100. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24507822/