Welke behandelmogelijkheden zijn er voor HSD?

Leven met HSD (Hypermobility Spectrum Disorder) is voor iedereen anders. Sommige mensen hebben vooral last van pijn en instabiliteit in gewrichten, terwijl anderen ook vermoeidheid, maagklachten of duizeligheid ervaren. De klachten kunnen per persoon, per dag, per seizoen of per levensfase sterk verschillen. Daarom vind je op deze pagina een overzicht van meerdere (para)medische disciplines, wat zij doen en wat ze kunnen betekenen voor HSD. Elke categorie heeft een eigen pagina met meer uitleg.

Lees Meer

Onbegrip, niet passende behandelingen en schuldgevoel

Voor veel mensen met HSD gaat de weg naar een diagnose niet recht toe. Klachten worden gebagatelliseerd, toegeschreven aan stress of angst, of afgedaan. Dit patroon is inmiddels goed onderzocht en heeft zelfs een eigen naam gekregen.

Ergotherapie

Ergotherapie richt zich op het dagelijks handelen: alles wat je doet, van koken en aankleden tot werken, sporten en sociale activiteiten. Bij HSD kan een ergotherapeut helpen om te kijken hoe je dit kan doen met de klachten die je mogelijk ervaart. 

Fysiotherapie

Waar ergotherapie zich vooral richt op het dagelijks handelen, richt fysiotherapie zich op het lichaam zelf: kracht, stabiliteit, houding en beweegpatronen. Bij HSD is dit vaak de eerste vorm van behandeling die wordt ingezet, en uit onderzoek blijkt dat ongeveer twee derde van de patiënten een positief effect ervaart van fysiotherapeutische behandeling.

Handtherapie en spalken

Instabiele gewrichten in handen en vingers zijn bij HSD veelvoorkomend. Ze kunnen leiden tot pijn, vermoeidheid, slechte grijpkracht en moeite met dagelijkse handelingen zoals schrijven, typen, koken of het vasthouden van voorwerpen. Handtherapie en het gericht inzetten van spalken kunnen daarbij een belangrijke rol spelen.

Oefentherapie

 

Naast fysiotherapie en ergotherapie kan ook oefentherapie Cesar of Mensendieck een rol spelen bij HSD. Oefentherapie richt zich specifiek op houding en beweging: hoe je staat, zit, loopt, bukt en tilt, en hoe je dit zo kunt doen dat je gewrichten zo min mogelijk worden overbelast.

Diëtetiek

Voeding wordt bij HSD niet altijd als eerste genoemd, maar kan wel degelijk een rol spelen. Bindweefsel zit ook in de wanden van het spijsverteringskanaal en bloedvaten (zie ook de pagina over spijsvertering en de pagina over autonome klachten), waardoor klachten op dit gebied vaak samenhangen met de onderliggende bindweefselafwijking. Een diëtist kan helpen om met voeding bij te dragen aan een betere belastbaarheid, zonder dat dit een “wondermiddel” of vervanging van medische behandeling is.

Podotherapie

Bij HSD gaat veel aandacht uit naar grotere gewrichten zoals knieën, heupen en schouders, maar de voeten spelen minstens zo’n grote rol. De voet is de basis van houding en beweging: wanneer hier instabiliteit ontstaat, werkt dit vaak door naar enkels, knieën, heupen en de onderrug. Een podotherapeut richt zich specifiek op deze “lager gelegen delen van het lichaam”.

Revalidatie-centra en revalidatie-artsen

Wanneer klachten door HSD of hEDS breder worden dan alleen losse gewrichts- of spierklachten, bijvoorbeeld wanneer pijn, vermoeidheid, uitval op werk of school en de impact op je dagelijks leven allemaal tegelijk spelen, kan een revalidatiearts of revalidatiecentrum in beeld komen. Revalidatiegeneeskunde richt zich niet op één los symptoom, maar op het grotere geheel: hoe je met de combinatie van klachten weer zo goed mogelijk kunt functioneren.